‘Joh, wat zie je d'r uit!’ zegt ze.
Ik mompel iets van ‘zo voel ik me ook’ en ga haar dubbelgevouwen voor naar de kamer waar ze zich, na een kritische blik op de puinhopen, op de bank neerlaat.
‘Sorry, even spugen.’. De wc haal ik nog net, dus gelukkig loopt mijn gal buiten haar gezichtsveld over.
Terug in de kamer. Ze is er nog. ‘Dus dit is nou die migraine van je. Dat heb je vaak, hè? Ben je er wel 'es mee naar de dokter geweest? Ik vind het er best ernstig uitzien. En hoe doe je dat met je kinderen? Die komen toch straks ook weer uit school? Kunnen die zichzelf redden met eten en zo?’
zachtjes brullen
Ik kreun. Wil ze hier nu echt antwoord op? ‘Ik loop al vijfentwintig jaar bij dokters. En de kinderen zijn het gewend, die zorgen wel voor zichzelf. O, ik moet...’ Weer naar het toilet, waar ik na gedane zaken uitgeput tegen het fonteintje geleund sta te brullen, heel zachtjes.
Nee! Ze staat achter de deur, ik hoor haar, ze beweegt de deurknop. ‘Gaat 't wel? Je hebt het aardig te pakken, zeg.’
Ga weg hier, ga weg! Je mag dit niet bijwonen, ga weg!
‘Ik kom al,’zeg ik, en bonk de deur tegen haar aan.
‘Je had me trouwens beter even kunnen bellen, dan was ik niet gekomen.’ Hoor ik enige verontwaardiging over haar verloren ochtend?
‘Kon ik niet. Niet aan gedacht,’ stotter ik, ‘Sorry.’
Hoeveel keer heb ik me al verontschuldigd?
Grootmoedig aanvaardt ze mijn schamele verklaring, wordt zelfs actief. ‘Weet je wat, ik zal de ontbijtboel even voor je opruimen en dan zet ik daarna een lekker kopje koffie.’
Lekker bakkie?
Koffie! Spontaan ga ik kokhalzen. Maar ze is al in de keuken.
‘Nee.’ Veel volume produceer ik niet, maar kennelijk heeft ze toch iets opgevangen.‘Zei je iets?’‘Ja, geen koffie. Ik kan nu niet tegen die geur. Geen koffie zetten alsjeblieft.’ ‘Nou, dan drink jij toch iets anders, ik zet wel een kopje thee voor je. Of bedoel je dat ik ook geen koffie mag drinken?’ Is die verbazing nu echt of staat ze me te tergen? ‘Ik kan er niks aan doen,’ zeg ik beschaamd en hompel weer naar de wc. Mijn hoofd voelt als een wereldbol van verscheurende bonkende pijn, pijn, pijn. Even schenkt het vomeren een klein beetje verlichting, twee minuten.
christelijke natuurarts
Als ik weer op de gang kom, staat ze bij de voordeur. ‘Ik ga maar,’ zegt ze, ‘Sterkte ermee, enne...als ik jou was liet ik het er niet bij zitten. Ik zou alles proberen, alles! Ben je al eens bij een psycholoog geweest? 't Is toch meestal psychisch, zoiets? Of zo'n manueel therapeut, daar hoor je ook positieve verhalen over. Trouwens, als de Heer toelaat dat je steeds zo ziek bent, mag je jezelf wel eens onderzoeken, of er niet een onbeleden zonde in je leven is. Vraag de Heer maar om bevrijding! Maar Hij kan je natuurlijk ook leiden naar een christelijke natuurarts. Ik hoorde laatst nog van een vrouw die daar enorm van opgeknapt is. Zij had zo'n last had van gordelroos. Dat is pas erg, zeg! Maar goed, die natuurarts zei dat ze beter geen suiker meer kon gebruiken en geen kaas meer moest eten en dat ze...’
'Nu niet,’ jammer ik, ‘Nu niet meer praten. Overmorgen ben ik weer de ouwe. Ik bel je wel, sorry, da-ag.’ Als ik heel zachtjes de deur achter haar dichtgedaan heb, zak ik op de grond en brul, heel hard.
Ik voel me schuldig.
En opeens weet ik wat ik nodig heb: assertiviteitstraining.
In de keuken vind ik de vuile ontbijtboel. Spontaan ga ik weer kokhalzen.
Door: Andrea Stribos-Esmeijer