
Pas toen iedereen naar huis was
zakte opa in elkaar.
Met zijn voorhoofd op een wijnglas,
in zijn hand nog de sigaar
die hij van Joris had gekregen
en niet aangestoken had,
omdat er van directiewege
een verbod op roken zat.
Uitsluitend onder toezicht, in de tuin, vlakbij het hek,
werd het genadig toegestaan,
dus opa had, door kou en personeelsgebrek,
zijn dagelijks' sigaartje van de hand gedaan.
Op zesentwintig juni was hij jarig.
Dan kwam een slinkend stoetje van verwanten,
een tikkeltje onwennig, hun cadeaus een beetje karig
(opa was tenslotte al zo oud),
bij hem een kopje koffie drinken
met een taartje en wat aangenaam gekout.
Nika was er nu, met haar broers Martijn en Loek,
de kind'ren van zijn overleden zus.
Van hen kreeg opa een gezellig boek
over dieren in het oerwoud, met een dikke kus.
En Marlies, zijn nicht uit Bulgarije,
die toevallig net in Holland was,
met haar zonderlinge zoons, die zeiden
dat het taartje niet te eten was.
Waarop Bastiaan, de neef uit Assen,
zich verslikte en verschrikkelijk moest hoesten,
zijn ogen rolden bijkans uit hun kassen
en hij vloog de arme jongens bijna aan,
zodat Belinda tussenbeide komen moest,
zijn achternicht uit Ergens aan de Zaan.
Belinda kwam wel vaker bij hem binnenlopen
-ze woonde niet zo ver bij hem vandaan-
ze ging ook altijd sokken voor hem kopen,
die sleten danig, al kon opa amper staan.
Het hoogtepunt kwam later in de middag
toen eindelijk zijn Joris binnenkwam.
Zijn Joris die weer zo ontzettend wit zag,
zijn Joris die het leven veel te ernstig nam,
die amper tijd had om bij zijn gezin te wezen,
die altijd druk en onderweg was, constant in de weer,
geen tijd had om gewoon een boek te lezen
of om zijn vader eens te bellen. En al deed dat vader zèèr,
de tijden zijn veranderd, vader kon dat wel begrijpen.
Maar vandaag was Joris toch maar mooi present!
"Zo... pa," Hevig stond hij opa's hand te knijpen:
"Vierentachtig! 't Is enorm dat u er überhaupt nog bènt,
U, met uw gezondheid.... Eh... de groeten van Jorien
en van Kevin en Mireille, helaas hadden ze geen tijd."
(pa zuchtte zacht. hij had ze nu al twee jaar niet gezien)
"Hier pa, ik heb voor de gezelligheid maar wat sigaren meegebracht.
Cubaanse! Neusje van de zalm!" En opa zei: "Maar jongen, dank je,
dat je daaraan hebt gedacht." Hij snufte even en nam kalm
een Cubaantje uit de kist.
Waarop Nika walgde: "Bah, die stank! Je
láát 't!" Waarop Loek riep: "Meid! een Castro,
jij weet echt niet wat je mist!"
Dus opa zei: "Ik steek 'm nog maar eventjes niet aan."
En zo ging het prettig verder, met een nootje en een glas,
de directrice kwam nog even, en de juffrouw van de was,
en zo werd het kwart voor zeven en moest iedereen weer gaan.
Pas toen opa was geborgen
klapte Joris in elkaar.
Met een hoofd vol zakenzorgen
liep hij stil achter de baar
waarop zijn vader werd gedragen
naar het nieuw gedolven graf.
En toen hij na een aantal dagen even een momentje zag
om opa's kamer op te ruimen (peinzend wat hij op de steen
zou laten zetten), vond hij achter in de kast
negen kisten met sigaren, uit de bovenste ontbrak er één.
Andrea Stribos-Esmeijer