HUPFLAKKEE!
“Wáár woon je?”
Ik zit op een verjaardag van familie, tussen een aantal mij onbekende mensen.
We praten wat, drinken wat, proeven Surinaamse hapjes en langzamerhand ontstaat er zoiets als een echte discussie. Over politiek, files en parkeerproblemen.
“Bij ons valt het gelukkig erg mee,” zeg ik. “Over het algemeen kun je goed doorrijden en ik kan altijd wel m’n auto kwijt.”
“Waar woon je dan in vredesnaam?” Verbazing alom.
“Op Goeree-Overflakkee.”
“Wáár woon je?”
“Op Goeree-Overflakkee.”
Hun blik wordt wat glazig.
Dan zegt een slimmerik: “Ooo, dus jij komt van het land van JPdeMP.”
En dát moet je nou nét niet zeggen…
“Zuid-Holland ,” zeg ik een tikkeltje vinnig. “Ik woon in Zuid-Holland, tegen Zeeland aan, waar inderdaad Balkenende vandaan komt.”
“Zit jij echt in zo’n met kranten dichtgeplakt gebied? Heeft jullie veldwachter al een fiets? Vindt de dominee het wel goed dat je nu helemaal in Verdorven Amsterdam bent?”
Dikke pret, zeg.
Ineens blijken ze allemaal een heleboel over ons eiland te weten.
“Nee, even serieus,” zegt de jongen naast mij. “Volgens mij heb ik wel eens iets over jullie gehoord. Het witte eiland of zo? Klopt dat?”
“Hoezo?” Een meisje schuift haar stoel wat dichterbij.
“Ja, dat is zo,” vertel ik mijn buurman. “En daar ben ik niet trots op. Het drugsgebruik is behoorlijk bij ons.”
En weer weten ze ineens echt álles: “Geen wonder, met al die schijnheilige vroomheid, daar zou ik ook een junk van worden.” En: “Je verveelt je natuurlijk een ongeluk in zo’n plattelandstoestand met alleen een boerenkapel en één keer per jaar vakantie op de Veluwe.” Of, ook een bijzonder fijne: “Allemaal inteelt natuurlijk, geen wonder dat ze stijf staan van de troep.” En wat te denken van deze: “Als zulke kinderen eenmaal aan de buitenwereld geroken hebben, slaan ze natuurlijk helemaal door.”
Mijn tenen krommen zich danig. Boos word ik, met elke opmerking bozer. En dat blijft niet onopgemerkt.
Hoe het gesprek verder ging?
Ach, ik hoop dat hun idee iets bijgesteld is, maar veel zal het niet zijn.
Want zij wonen immers in De Stad, en nee, niet zomaar een stad, maar In Am-ster-dam!
Omdat ik een Radio 1-luisteraar ben en regelmatig op internet te vinden ben, valt het me zo vaak op: In Amsterdam wordt Het Nieuws gemaakt, in Amsterdam ‘gebeurt het’, Amsterdam = Nederland.
Amsterdammers hebben altijd gelijk. Denken ze.
Laatst nog, bij Pauw en Witteman: Een mevrouw uit de Tweede Kamer was te gast, een boerin uit Twente. Gelukkig kon zij heel goed uit haar woorden komen, want het viel niet mee om serieus genomen te worden door de heren presentatoren.
Jeroen Pauw presteerde het zelfs om het consequent over ‘de boerderíé’ te hebben, op zo’n je-mag-dan-wel-kamerlid-zijn-maar-ik-weet-waar-je-vandaan-komt-toontje. Brrr…
En wat denkt u van deze? “U komt uit Harderwijk? En daar heeft u last van de drukte ’s nachts? Haha, ja, dat zal wel héftig zijn, hahaha. ”
De Achterhoek is Bennie Jolink, Zeeland heeft Bløf, Limburg levert Rowwen Hèze. Uit elke provincie kent men wel wat muziekmakers en verder zijn plattelanders oninteressant.
Van de week reed ik van Middelharnis naar Dirksland onder een prachtige rode wolkenhemel. Ik dacht: dat zien ‘ze’ in Amsterdam niet.
Onze betrokkenheid op elkaar, het gedag zeggen op straat, het meeleven met elkaar (o ja, met fouten, maar toch), de prachtige akkers, de vogels, de slikken, de zee en de duinen, ons dialect, onze boerenbedrijven en andere ondernemingen, de werklust, de tradities, we zijn er trots op!
Andrea Stribos-Esmeijer