10 jaar.
Piercing in zijn wenkbrauw, broek op half zeven.
Hip is hij, stoer. En in de war, dat is hij ook.
‘Wij gaan scheiden,’ zegt hij.
‘O?’ ‘Drie weken geleden is mijn vader weggegaan. Hij woont nu in Leiden. Dichter bij zijn werk.’ ‘Dat is best een eind weg,’ probeer ik voorzichtig, want wat zeg je op zo’n moment?
Hij schokt met een schouder: ‘Hoef ik hem tenminste niet te zien ook. Hij wil toch even niks met ons te maken hebben, zegt mijn moeder.’
‘O?’
Weer die beweging met de linkerschouder. En stilte.
‘Dacht je al wel dat je vader en moeder misschien uit elkaar zouden kunnen gaan?’
‘Nee. Ja, op school zijn veel kinderen gescheiden, dus je denkt er wel eens aan. Maar toch eigenlijk niet dat het ook bij ons zou gebeuren. Ze hadden soms ruzie, maar niet zo erg. En ze gaan ook niet scheiden omdat ze nu ruzie hebben of zo, maar omdat ze… ja, dat weet ik eigenlijk niet precies. Misschien klikt het gewoon niet meer.’ ‘Zegt je moeder dat?’
‘Ja, zoiets. Of nee, mijn vader zei dat. Toen hij wegging.’
Weer zwijgen we. Het muurtje waarop we zitten trekt een beetje koud op.
Ik weet niet wie deze jongen is, wie zijn ouders zijn, hoe hij heet. We zitten hier gewoon even de vroege herfst tot ons te nemen.
‘Heeft je vader dat ook zelf tegen je gezegd, dat hij niks met jullie te maken wil hebben?’
‘Nee, dat niet. Hij mailt me ook wel en zo, maar anders was hij toch niet zo ver weg gegaan?’
‘Misschien is dat zo. Misschien was er even geen andere oplossing. Dat kan ook.’
Hij kijkt me onderzoekend aan. Gelijk heeft-ie, ik geloof zelf maar half wat ik nu zeg.
‘Waarom moet hij dan helemaal naar Leiden? Hij heeft geen nieuwe vriendin of zo, en voor zijn werk had hij ook hier in de buurt kunnen blijven. Mijn moeder heeft ook geen nieuwe vriend. Tenminste, dat zéggen ze allebei.’ Opnieuw de schouder.
‘Ben je niet heel erg boos?’ vraag ik. ‘Ja, eigenlijk wel.’ ‘En zeg je dat ook?’
‘Nee.’‘Waarom niet?’
‘Tegen mijn zusje wel. Die is ook boos. Die loopt de hele dag ruzie te maken met mijn moeder, maar dan gaan ze allebei huilen en zo. Ik ga wel naar mijn computer of naar buiten. Mijn moeder heeft het toch al zo moeilijk, daar ga ik geen ruzie mee maken. Ze is al zo kwetsbaar.’
10 hele jaren oud en je gebruikt het woord kwetsbaar?
We zitten nog wel even, daar op dat muurtje.
Bij het afscheid nemen geeft hij een flinke trap tegen een onschuldige prullenbak iets verderop.
Wellicht komen we elkaar nog eens tegen.
Hopelijk trapt hij dan niet tegen meer dan alleen prullenbakken…
|