Volgens Geert Wilders hebben we nogal wat te danken aan onze joods-christelijke cultuur. Artikel 1 van de grondwet moet gewijzigd worden en onze “christelijk/joods/humanistische cultuur moet in Nederland dominant blijven.” Wat bedoelt Geert nu? Onze vrijheden zijn al verankerd in de grondwet, die hebben we te danken aan 19e-eeuwse liberale politici. Liberale politici die de scheiding van kerk en staat hebben vastgelegd. Dat bedoelt Geert dus niet. Hij zit er ook niet mee dat het aantal joden in Nederland nooit meer dan enkele procenten bedroeg. Detail. En dat christenen elkaar de hersenen insloegen, omdat de ander de verkeerde mening had? Ook dát is irrelevant. Geert bedoelt wat anders, hij is namelijk een romanticus van het zuiverste water. Het gaat hem niet om oninteressante feitjes, wat Geert uitdraagt is een gevoel. Een gevoel dat de Nederlander tot Nederlander maakt. Zelfs al is de moderne Nederlander atheïst, agnost of ietsist, dat doet er niet toe. Het is onverklaarbaar, onbenoembaar, in de lucht hangend en ondefinieerbaar: onze wortels. Alle Nederlanders hebben gemeenschappelijke joods-christelijke wortels en die wortels maken ons tot wie we zijn. Zou het?
Beroemde voorgangers
Geert heeft beroemde voorgangers. Rond het jaar 1800 hadden de idealen vrijheid, gelijkheid en broederschap vooral veel bloedvergieten gebracht. Aan de andere kant van het politieke spectrum stonden de absolutistische vorsten. Totale chaos of onderdrukking: was er geen betere bestuursvorm denkbaar? Door de romantiek beïnvloede denkers bedachten het nationalisme. Denkers als Mazzini en Fichte geloofden dat mensen als Doornroosje lagen te slapen. Italianen én Duitsers hoefden alleen maar te worden wakker gekust en er zouden vanzelf vaderlandslievende Duitsers en Italianen opstaan. Eeuwenoude geschiedenis, religie, gedeelde taal, culturele opvattingen, maakte de Duitser Duits en de Italiaan Italiaans. Dat de landen ‘an sich’ nog niet bestonden was irrelevant. Er bestond een onaanwijsbare, onverklaarbare verbindende factor tussen mensen: een X-factor avant la lettre.
Doornroosje
Al in dezelfde eeuw kwam er kritiek op de ‘Doornroosje-these’. Als gemeenschappelijke factoren als taal, geschiedenis en cultuur de natie bepaalden, hoe zat het dan met verschillen binnen de landsgrenzen? Noorderlingen en zuiderlingen in Duitsland en Italië hadden een andere taal, een ander geloof, een afwijkende geschiedenis én uiteenlopende culturele gebruiken. Het leek er op dat mensen zich pas tot nationale burgers ontwikkelden, nadat de natie gevormd was. Ernest Renan meende in zijn in 1882 uitgesproken rede “Qu'est-ce qu'une nation?” dat het vooral de wens van een groep mensen is die maakt of men zich Italiaan, Romein, Europeaan dan wel wereldburger voelt. Het maakt nogal uit of je aanhanger bent van de Doornroosje-these of gelooft in de theorie van Renan. De implicatie van de Doornroosje theorie is dat inburgeren zinloos is. Je kunt als half-islamitisch gewortelde wel accent- en hoofddoekloos het nieuws voorlezen: een echte Nederlander zul je nooit worden. Zelfs de burgemeester van Rotterdam en enkele Nederlands Elftalspelers zijn kansloos. Ze missen nu eenmaal de joods-christelijke traditie die bij raszuivere Nederlanders wél door het bloed stroomt.
Een club
Ik geloof niet dat joods-christelijke-humanistische wortels ons maken tot wie we zijn. Ik geloof wel dat mensen graag bij een groep willen horen. Een voorbeeld. In de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw was je als voetballiefhebber uit de Domstad aangewezen op Elinkwijk, DOS of Velox. Als je voor de één was, kon je het bloed van de ander wel drinken. In de jaren ’70 veranderde dat plotseling: fusieclub FC Utrecht werd opgericht. Enkele jaren later waren de 3 totaal verschillende kernen samengesmeed tot één club. Nieuwe supporters voelden zich voortaan aanhanger van het ‘kunstmatig gevormde’ FC Utrecht. Is de mechaniek achter het ontstaan van nationalistische gevoelens, compleet anders dan het ontstaan van clubliefde?
|