.PNG)
Met haar schouders wat naar voren, liep ze naar de stoel op het podium. Met rode wangen keek ze naar haar publiek. Het boek in haar handen hield ze stevig vast. De microfoon stond aan. Ze sloeg het boek open.
Terwijl ze voorlas, voelde zij de blikken van de jury. Vonden ze haar goed? Las ze te snel? O, wat was het warm. Ze moest op haar intonatie letten. Zo, dit stukje was echt spannend. Wat een goed verhaal was dit toch. Langzaam vergat ze het publiek. De jury. Ze las voor en genoot van het verhaal. Ze schrok op toen haar laatste zin eindigde.
Ze won de wedstrijd niet maar eigenlijk ook wel: ze overwon zichzelf.
Door: Annemarie Jongbloed
|