Mannetje in hoofd

De lezer in je hoofd ben je zelf!

 

Hoe bepaal je of de boodschap in je hoofd goed op het scherm staat? Een aloude schrijverstruc is om je te verplaatsen in de lezer. Door met afstand naar je eigen schrijfsels te kijken, zie je zaken die je anders niet opvallen. Het is echter problematisch dat dé lezer niet bestaat. Ik ken een onderzoek waarbij aan 100 docenten gevraagd werd een opstel te beoordelen.

Het geschrevene was identiek, alleen was er bij iedere docent een andere foto van de ‘studente’. Op de ene foto stond een prachtige jongedame, op de andere afbeelding zag men een minder mooi meisje. Wat bleek? Het essay van het mooie meisje werd met een veel hoger cijfer beoordeeld. De moraal van dit verhaal? Of een tekst goed of juist minder goed ‘is’, heeft niet alleen met de inhoud te maken. De leeftijd, de sekse en het humeur van je lezerspubliek spelen ook een belangrijke rol.

Moet lingerie lekker zitten of er lekker uitzien?

Je in de lezer verplaatsen is heel belangrijk, maar zeker niet makkelijk. Want, wie is die nu nog onbekende lezer eigenlijk? Hoe algemener je product of dienst, hoe lastiger je een specifiek persoon voor kunt stellen. Een voorbeeld. Als je schrijft over punaises, is het moeilijk daar een bepaald beeld bij te vormen. Er bestaat geen ‘typische punaisegebruiker’. Soms lijkt de doelgroep wel duidelijk, maar schijn kan bedriegen. Lingerie wordt doorgaans gedragen door vrouwen, maar wat als de man het koopt en je reclametekst leest? Moet lingerie lekker zitten, er lekker uitzien of toch allebei? Lastig.

Makkelijk schrijven is moeilijk

Jip en JannekeJe moet je toekomstige lezer nooit overschatten, maar ook niet onderschatten. Een onbegrijpelijke tekst wordt niet gelezen. Stel je schrijft in een ziekenhuisblad over een nieuwe operatietechniek. Niet alleen de neurochirurg leest het blaadje, maar ook de portier, de schoonmaakster en de cateringmedewerker. Makkelijk schrijven over moeilijke onderwerpen is geen sinecure.

Aan de andere kant: niets is zo irritant om in een tekst als een 3-jarige te worden aangesproken. Als schrijver moet je dus constant balanceren om de juiste toon te vinden. Geen epistels met onnavolgbare volzinnen, maar evenmin een opsomming in jip-en-janneketaal.

Om te weten of je schrijversmissie is geslaagd, kun je natuurlijk ook altijd een proeflezer van vlees en bloed vragen de tekst te lezen. Die feedback is vrijwel altijd zeer waardevol. Want die onzichtbare lezer in je hoofd, dat ben je natuurlijk altijd zelf!

4 gedachten over “De lezer in je hoofd ben je zelf!

  1. Goede (lingerie/punaise)-voorbeelden, Andreas. Inderdaad: mensen uit een bepaalde doelgroep zijn niet de enigen die een bepaald stuk lezen. Ik ben veel van het tikken-en-corrigeren, maar daar komt toch – steeds vaker – schrijven bij kijken.
    Schrijven voor een bepaalde groep, maar vooral voor een mens, is het meest belangrijk.
    En ‘kiss’ is nog altijd een mooi voorbeeld: ‘keep it simple, stupid’, maar vooral het begrijpelijk houden. Weten wat een klant precies wil is uiteraard heel belangrijk, maar ook het ‘even in de koelkast zetten’: even een nachtje laten liggen om er de volgende dag met een frisse blik naar te kijken en zo nodig te gaan schrappen. (Overigens ook niet altijd makkelijk wanneer haast geboden is…)

    In ieder geval ben ik het zeker eens met het proeflezen: vreemde ogen dwingen niet alleen, maar corrigeren (en helpen) ook.

    Groet,
    Joan

  2. Ik wil je feliciteren met je prachtige nieuwe website. Aantrekkelijk, duidelijk en rustig. Het is een plezier om met je samen te werken, Andreas. Je bent creatief en betrouwbaar.

    Hartelijke groet Liesbeth

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *